Hoofdmenu



Doelstelling

Colofon

Inhoudsopgave

Interviews

Hoorspeluitzendingen

Van dag tot dag

Top-10 Visio

Geciteerd door
de Nederlandse pers



Marjan Luif en haar 'mini-hoorspelen'

"Ik ben aan radio gehecht, het heeft een soort rustpunt"

Door Frits Enk

De zendercoŲrdinator van Radio 1 heeft het kennelijk door: Marjan Luif zorgt met een korte 'column' bij de VARA Ťn een 'samenspraak' bij de VPRO ervoor dat de nieuws- en sportzender de luisteraar van radiodrama voorziet. Zij tekent voor tekst Ťn stem van 'De groentevrouw' en 'Een goed gesprek'. Hoe is zij op het hoorspelpad beland? Hoe is zij aan de formules van haar programma's gekomen? Waarom geeft zij de voorkeur aan radio? Hoe kijkt ze tegen de technicus aan? Vragen waarop (H)oordeel in 'een goed gesprek' met Marjan Luif antwoord kreeg.

Marjan Luif: "Het is begonnen met zingen in een orkestje. Daar ben ik op een gegeven moment ook sketches bij gaan doen. En dat breidde zich steeds meer uit tot het spelen van rolletjes. In die tijd maakte ik ook een soort hoorspelletjes met een vriend die apparatuur had waarmee je kon mixen. Toen hoorde iemand daarover en via die persoon ben ik in het begin van de jaren tachtig bij Rik Zaal van de VPRO gekomen.
Als kind hield ik al van radio. Ik heb bijvoorbeeld naar 'De wigwam' en de familie Doorsnee geluisterd. En ik herinner me Alexander Pola in een of ander programma als een jongetje. Thuis luisterden we veel naar de radio, al werd dat later wel minder, toen er televisie kwam.
Van kindsaf aan ben ik ook al met acteren bezig. Alleen... ik kom uit een familie waar het niet zo gebruikelijk was, om dat te zien als iets wat je als serieus werk kunt opvatten. Dat kon je wel voor de lol doen, maar voor de rest moest je Nederlands studeren of een kantoorbaan hebben. Omdat ik ook graag tekende, heb ik eerst als tekenlerares in het onderwijs gezeten. En toen ik daar weg moest, omdat ze gingen inkrimpen, ben ik het acteren pas echt serieus als werk gaan nemen. Vanaf dat moment ging het allemaal vrij snel, want nu leef ik al jaren van schrijven en spe-len voor radio en televisie en sinds kort sta ik ook op het toneel."

Improvisatie
Marjan Luif: "Rik Zaal had bij de VPRO het programma 'BorŠt'. Dat is, geloof ik, het Tsjechische woord voor 'onzin'. Het waren inderdaad allemaal rare dingen. Wim Schippers zat er in het begin ook nog in, maar die is toen al vrij snel een eigen programma begonnen. 'Ronflonflon' heette dat. Voor dat 'BorŠt' maakte iedereen sketches. Ik maakte veel eigen dingen, maar werkte ook veel samen met Michiel Romein en Herman Koch. Wij zijn toen met z'n drieŽn 'Jiskefet' begonnen. Omdat we dat al jaren voor de radio deden, dachten we: 'Dat kunnen we ook wel eens met beeld gaan doen'. Toen zijn er nog twee heren bijgekomen, waar ik op een gegeven moment niet meer zo'n aansluiting mee had en dat is toen jammerlijk uit elkaar gegaan. Maar 'Jiskefet' is begonnen bij de radio.
Jarenlang hebben we gewerkt op de manier zoals ze nu nog bij 'Jiskefet' werken: met veel improviseren. Al improviserend ontstonden die sketches voor de radio. We gingen bijvoorbeeld bij mij thuis zitten, zetten de microfoon aan, lieten de recorder lopen en begonnen.
Zo'n improvisatie kon over kunst gaan: een boer op het platteland die een galerie heeft. De een is de boer, ik de boerin en jij bent de journalist. Dat speelden we dan. Meestal was dat dan ook meteen goed. En later werd dat allemaal schoongemaakt van het gelach en geklets...
Het is ook leuk om teksten te schrijven, maar dat deden we in die tijd nauwelijks. De hoorspelletjes die ik nu op vrijdag bij de VPRO doe, schrijf ik wel zelf helemaal uit en daar vraag ik dan acteurs voor.

Suggereren
In de tijd van 'BorŠt' hebben we ook wel eens 'echte' hoorspelen geschreven. Dan had Rik weer 's wat geld gekregen, had hij het programma van naam veranderd en heette het ineens 'Het nabije westen'. Dan vroeg hij allerlei mensen om stukken te schrijven. Ik heb toen ook een langer hoorspel gemaakt. Tot dan toe had ik alleen maar dingetjes van drie tot vijf minuten geschreven, maar toen maakte ik iets van twintig minuten. Het heette 'De familie H.'. Het ging over een Amsterdamse familie met zes honden. Die werd uiteindelijk door een vloek van een jehovagetuige die ze de trap af had-den gegooid, door hun eigen honden opgegeten. Leuk, erg leuk. Maak zoiets maar 's voor de televisie: mensen die door honden worden opgevreten. Dat kan niet! Voor radio kun je zoiets wel doen: je vraagt gewoon banden met blaffende, grommende en vretende honden. Dat kan je dan helemaal suggereren. Dat is juist het leuke van radio."

Marjan Luif: "Ik moet zeggen dat ik eigenlijk weer bij toeval bij de radio ben terechtgekomen. In '95 en '96 heb ik twee series op de televisie gemaakt. Maar het liep allemaal niet zo gesmeerd als ik wilde en toen dacht ik: 'Ik ga gewoon weer lekker radio doen'. Bij televisie verdien je wel meer en je wordt sneller bekend, maar het is allemaal zo gehaast en soms zo technisch. Bij de radio voelde ik weer de rust. Het leuke bij dit medium is dat je op een heel simpele manier je eigen ideeŽn kunt verwezenlijken. En het prettige van zo'n wekelijkse uitzending is ook, dat het geen ramp is, als je het 's een keer niet zo goed doet. Ik heb ontzag voor mijn luisteraars, maar als het 's een keer wat minder is, is het de volgende keer weer wat beter. Ik stel vrij hoge eisen aan mezelf. Af en toe zou ik best willen dat ik een beetje makkelijker was. Maar over het algemeen ben ik wel vaak tevreden over wat ik bedenk."
OpenbenenMarjan Luif: "Ik kijk en luister altijd erg naar de dingen om me heen. Op een keer was er een vrouw bij mij in de buurt die letterlijk in 't plat Amsterdams zei: "HŤ, groenteman, wat moet ik nemen? 'k Heb helemaal nergens trek in." Ik hoorde plotseling weer de ouwe tune van 'De groenteman' van de AVRO: Chachacha, wat zullen we eten? Chachacha, wie zal dat weten? Wie is de man die mij dat zeggen kan? 'De groenteman'! En toen kreeg ik het idee. Het leek me wel leuk in een sketch dat optimistische liedje te mengen met zo'n chagrijnige vrouw. Dat heb ik toen een keertje in het programma 'BorŠt' gedaan en dat vonden mensen zo leuk dat ze zeiden: "Kun je dat nog een keer doen?" En dat werd zo'n zes, zeven jaar geleden een vaste rubriek bij de VPRO. Het breidde zich steeds meer uit: ik verzamelde een hele familie en kennissenkring om haar heen, zodat ik veel mogelijkheden had om nieuwe dingen te bedenken. Haar dochter, haar kleinzoon, het buurthuis, haar omgebouwde buurman, noem maar op. Zij is voor mij een sterk figuur waar ik veel mee kan doen. Ik kan nog wel jaren met haar vooruit.
Groente-v-r-o-u-w? Ja, zij is een groentevrouw die bij de groenteman komt en tegen hem aan moet zeuren. De groenteman was vroeger een rubriek van de AVRO. Daarom noemen ze het zo, maar het heet ook 'De groentevrouw'. Dat heeft de VPRO ervan gemaakt. Ja, dat is een beetje verwarrend.

Spruiten
Hoewel iedereen het leuk vond, wilde die VPRO toch anderhalf jaar geleden dat ik iets nieuws ging doen.
Vernieuwen met hoofdletter V. Eerst was ik heel boos, maar toen zei ik: "Dan geef ik het programma wel aan iemand anders en ga ik voor jullie iets anders doen." Toen heb ik het programma bij de VARA aangeboden en die wilde het wel hebben.
Of de groentevrouw anders is geworden, rooier? Nee, ik koos een omroep die dicht bij de VPRO staat. Achteraf dacht ik: 'Misschien past ze hier ook wel beter.' Ik kon haar gewoon zo laten zoals ze was. Het gekke is wel, dat ik, toen ik de uitzendingen bij de VARA begon, meteen een onverwachte reactie van een VARA-medewerker kreeg. Die vond een van de bijfiguren te gewaagd: ome Henk met zijn openbenen. Die wordt daarom nogal 's ergens geweigerd. Zoals meer bejaarden overwintert hij ook in Spanje. Die ouwe man was in een disco in Torremolinos wild geworden en enthousiast gaan dansen en... toen waren zijn openbenen gaan rondspatten. Dat vond die luisteraar nogal vies, ik vond het nog wel kunnen. Ja, een klacht. Bij de VPRO zou dat niet gebeurd zijn. En dat terwijl ik echt niet zo'n taboedoorbreker ben.
Ik neem het programma wekelijks op, want ik probeer de actualiteit erin te gebruiken. Dat opnemen gebeurt thuis. Daar heb ik apparatuur staan, ik neem het gewoon in de huiskamer op en dan wordt het daarna per koerier naar de VARA gebracht. Die actualiteit probeer ik er echt steeds in te brengen, bijvoorbeeld Clinton en de zaak Lewinsky, maar als er niks is, neem ik zonder problemen iets tijdloos. Daar ben ik vrij in. Aanvankelijk wilde de VARA het onderwerp bepalen, omdat het dan aansloot op het programma dat erna zat, maar dat heb ik weten tegen te houden. Dat is vervelend! De ene week word ik geÔnspireerd door een oorlog, en de andere week door een paar schijfjes citroen.
S-p-r-u-i-t-j-e-s... Ja, haar woede over de campagne voor het behoud van de spruiten, omdat er te weinig spruiten worden gegeten! Ik heb gelezen dat er aanstaande winter weer een enorme campagne komt: het laatste redmiddel. Er worden alsmaar minder spruiten gegeten, omdat ze nog steeds in een kwaad daglicht staan: spruiten zijn synoniem voor saai, akelig en ongezellig. Toen hebben ze de campagne 'Maak de spruiten wild (met kaas en spek)' bedacht en dat vind zij vreselijk: zij is verliefd op de spruit an sich. Dat is ook iets wat ik in mijn programma van de 'Parade' had. Ik heb een spruitenrap gemaakt. Die gaat helemaal over de moderne tijd. Tegenwoordig moet alles kunnen, maar de spruit moet zichzelf kunnen blijven.
Vervelen? Nee, ik doe het nog steeds met veel plezier... Ik ben haast nooit ziek. - Even afkloppen - Ik heb het programma ooit wel 's door de telefoon gedaan. Dat was zogenaamd omdat ze in het ziekenhuis lag. Toen lag ik ook echt in het ziekenhuis. Ze doen ook wel eens een herhaling, maar alleen in noodgevallen. Ik heb een vrije periode in juli en augustus. Dan maak ik niks, ook niet voor de VPRO.
Als ik op een gegeven moment denk: 'Nou weet ik niets meer', stop ik gewoon. Maar ik houd er wel van om lang met iets door te gaan, omdat je er dan ook weer een verfijning in kunt aanbrengen."

Mevrouw Benthem van Amerongen
Marjan Luif: "Naast 'De groentevrouw' deed ik bij de VPRO destijds in het kunstprogramma Michelangelo ook 'Het koninkrijk der kunsten'. Een rubriek van vier minuten. Ik maakte interviews met kunstenaars en de dingen die zij vertel-den, speelde ik daarna zelf en met gasten. Zo kwam ik op het idee van 'Een goed gesprek'. Toen 'De groentevrouw' bij de VPRO ophield, ben ik daar 'Een goed gesprek' voor gaan doen.
Eens in de drie weken heb ik daarin ook nog de figuur van Mevrouw Benthem van Amerongen. Die spreekt door de telefoon een vriendin toe, in een monoloog over een actueel onderwerp waar die vriendin nooit tussenkomt. Ze wilden bij de VPRO dat ik die wekelijks ging doen, maar dat heb ik tegengehouden.
Haar doe ik van tekst af. Alleen... ik probeer het wel zů te brengen, alsof ik het zomaar bedenk. En zo komt het ook over, hoor ik. Ik zou haar best wel zo drie minuten kunnen laten praten, maar ik vind het leuker om van tevoren wat leuke zinnen en grappen te bedenken.
De sketches van 'Een goed gesprek' maak ik wel vooruit. Die zijn niet aan actualiteit opgehangen. Van die gesprekken maak ik er een stuk of zes tegelijk. Dat is ook wel lekker zo, dan heb ik geen twee deadlines.
'De groentevrouw' en 'Een goed gesprek' zijn echt een afwisseling met al die zware kost aan informatie. Het is leuk dat je iets grappigs hoort na een zwaar interview of een reportage vanuit een oorlogsgebied. Ja, je hebt natuurlijk ook weer mensen die naar radio 1 - hun informatiezender - luisteren en zich dan weer afvragen: waarom moeten we naar die mevrouw met die grapjes luisteren.

Het zijn stukjes van gemiddeld drie minuten. Ik heb, zeg maar, maximaal vier minuten. Als ik daar nog even overheen fiets, is dat ook niet erg, maar ik mag niet zes of tien minuten vullen. Maar ik denk dat als ik bijvoorbeeld zou zeggen: ik heb nu iets voor ťťn keer zo speciaals, dat moet tien minuten duren, dan zullen ze misschien zeggen: dan houden we de rest van de items wat korter. Ze houden bij de VPRO erg van het programma. Bij de VARA letten ze meer op de tijd. Ik heb meestal zo'n vel van een blok dat ik volschrijf en dan zit ik wel zo'n beetje aan de tijd. Maar ik heb een paar keer wat meer gehad: vijftien seconden meer en dan hoor je wel: "Ja..., de mensen van het programma erna vinden het toch wel lastig dat je weer vijftien seconden te lang was."
'De groentevrouw' noem ik vaak een column. 'Een goed gesprek' is een sketch of samenspraak met nooit meer dan twee mensen. Soms is die sketch een hoorspel als er ook geluiden bij zitten."

Glasgerinkel
Marjan Luif: "Of geluid belangrijk is? Bij 'De groentevrouw' niet. Ik ga dan niet auditief suggereren dat je hoort dat het een groentewinkel is. Maar bij 'Een goed gesprek' probeer ik wel die omgeving te suggereren. Dan is het leuk, steeds een andere sfeer aan te geven. Speelt het bijvoorbeeld in een park dan doe ik er wat vogeltjes erbij. Soms overdrijf ik met het geluid door extra accenten. Op een keer had ik gewoon zin om iets met glasgerinkel te doen. Ik had een vast type: een aanstellerige vrouw met een zachte 'g'. - Ja, je hebt soms van die mensen die helemaal hysterisch worden over kunst, zo van: O-h, w-a-t f-a-n-t-a-s-t-i-s-c-h. - Die vrouw ging op bezoek bij kunstenaars in hun atelier. Een keer ging ze naar een glasatelier waar ze dan allerlei dingen per ongeluk omstootte. En ik herinner me ook een bezoek aan een beeldhouwer die helemaal triest werd, en alles kort en klein sloeg. Dan speel ik gewoon een spel, dat is leuk. Dan is het geluid heel aanwezig. Laatst speelde ik met Peer Mascini een bekakt echtpaar, waarvan de vrouw de man erg irriteert. Die man wordt zo gek van haar dat hij haar op het eind van een boswandeling in de vijver duwt. Heerlijk dan die lekkere plons.
Onlangs heb ik met Loes Luca iets in een zwembad gedaan. - Ik heb met haar een vast serietje van twee volkse vrouwen. - We kregen in dat zwembad ruzie, gingen scheldend elkaar uit. Dat was vrij ingewikkeld, omdat de een de ander steeds onderduwde. Dat moest allemaal met geluid gedaan worden. Dat heb ik thuis eerst met een emmer geprobeerd, maar dat werd toch te lastig met die microfoon in dat ding. Dus had ik bij de montage allemaal zwembad- en watergeluiden op de band. De technicus raakte daar helemaal van in paniek: "Ja, maar wanneer moeten nu precies die blup en die plons komen?" Je hebt technici, die gewoon hun gang gaan, als je je ideeŽn uitlegt. Maar deze man kon dat niet zelfstandig doen. Het is lekker als je iemand hebt die zegt: "Oh ja, ik begrijp hoe je het wilt." Dan ga ik even naar de wc en als ik terugkom, laat hij het me horen. En dan vraagt hij: "Vind je ~Qt zo goed?"
Technici kunnen heel verschillend reageren. Je hebt er die het monteren ont-zettend leuk vinden. Ik heb ooit een piratenreclame gedaan waarbij de muziek er opdringerig dan weer hard dan weer zacht doorheen schetterde. Dat soort klankregie hoor je vaak in allerlei landen op commerciŽle zenders. De technicus met wie ik dat toen monteerde, vond dat zo leuk, want die was net een hele tijd in Thailand en op de Filippijnen geweest, dat hij er allerlei extra apparaten bij haalde om dat effect te bereiken. Bij televisie heb je ook wel dat enthousiasme maar dan is er altijd weer dat: het moet over, want er hangt een microfoon in beeld. Bij radio mag er een microfoon in beeld hangen."

Verslavend
Marjan Luif: "Er is wel een boekje met teksten van me verschenen, maar nog nooit een cd. Ik bewaar de uitzendingen zelf en ze worden natuurlijk ook bij de radio bewaard. Een paar jaar geleden hebben ze bij de VPRO een cassette gemaakt met de beste afleveringen van 'De groentevrouw'. Die is toen verkocht, maar dat gaat altijd wat moeizaam. Ik heb wel het idee dat ik nu een aardig verzamelingetje voor z'n cd zou hebben. Die stukjes van 'Een goed gesprek' neem je niet zo gauw op van de radio op, geloof ik. Het zou best leuk zijn, een cd met een aantal van die hoorspelletjes.
Of het hoorspel dood is? Als je het niet meer uitzendt, is het dood. Zonde! Het is gewoon heel leuk. Misschien zit het op een verkeerde tijd. Misschien zou je in de nacht hoorspelen moeten uitzenden. Op de tijd dat mensen weer overschakelen van televisie naar de radio. Dat lijkt me helemaal niet zo'n gek idee. Ja..., en waarom zou je dan niet 'Een goed gesprek' kunnen herhalen, waarom niet?

Een hoorspel te duur? Er wordt voor televisie al zoveel uitgegeven. Voor een goed of leuk hoorspel moet ook geld zijn. Nou moet ik zeggen dat... het m'n minst betaalde werk is. Ik doe het eigenlijk ook, omdat ik het leuk vind. En ik kan het me permitteren, omdat ik bijvoorbeeld ook spotjes doe. Het is prettig dat ik dit daardoor weer kan doen. 'Een goed gesprek' een wat uitgebreid spotje? Daar heb ik bij de VPRO nog wel last mee gehad: ze vonden het vervelend dat ze mij in een spotje en daarna in 'Een goed gesprek' hoorde. Dat kan ik me ook wel weer voorstellen, maar dan zei ik: "Ja, jongens, dat spijt me, maar dan moeten jullie maar meer betalen, want van deze radioprogramma's kan ik niet leven."
Radio is verslavend... Ik kan niet zo maar zeggen: ik hou ermee op. Dat kan ik echt niet doen voor de luisteraars. Alleen, ik stop wel als ik er geen zin meer in heb. Maar vier maanden iets anders doen, vind ik toch weer moeilijk bij radio. Ik ben aan de radio gehecht, het heeft een soort rustpunt. Heel raar misschien: je hebt elke keer toch weer die deadline, maar het is ook gewoon lekker om te doen.

Ik hoop dat er in godsnaam niet zo met de radio heen en weer wordt gezeuld. Ze gaan met de radio net zo om als met een kind van gescheiden ouders. Dat moet dan weer daar en dan weer daarnaartoe. Radio heeft recht op een vastigheid: weten: elke dag komt dat programma en daar kan ik dan lekker naar luisteren. Niet zo nodig dat progressieve gedoe. Vraag gewoon eens aan de luisteraars wat ze willen. Je hoort toch altijd dat mensen het prettig vinden als programma's op vaste tijden zijn. Ik hoop dat Van der Ploeg daar eens wat aan kan doen. "Doe je best ook voor de radio, Rick... en niet alleen voor de televisie...""

Marjan Luif: "De komende maanden ga ik 's avonds een stuk spelen dat ik in het begin van het jaar al gemaakt heb. Dat hebben we met 'Mug met de gouden tand' al een aantal keren gespeeld. Overdag ga ik repeteren voor een nieuw familiestuk met Rieks Swarte. Dat vind ik ook erg leuk. En daarbij moet ik dan nog twee keer per week mijn radioverplichtingen doen. Dan heb ik het nog erg stil tot half oktober dan begint allemaal de drukte. Daarom ga ik proberen in het vooruit te werken. Ik wil die radio niet kwijt, omdat ik dat toch het allerleukste vind."



Copyright 1999
Stichting van oor tot oor